In conclaaf: Museumstuk

7762085482_dc02bbf9b0_c

‘Citius, altius en fortius’. Dit staat boven de ingang van het Olympisch Stadion in Amsterdam. Henri Didon bedacht deze leus die in 1894 het motto werd van de Olympische gedachte. Meer dan honderd jaar later gaat hockeyend Nederland wat vrijelijk om met dit gedachtegoed: sneller, hoger en sterker. ‘We kunnen niet meer even staan te kutten op het veld’, rolde het laatst nog over de rappe tong van international Valentin Verga. Maar goed. Om het motto van de Olympische gedachte na te streven is het vaak een anders denkende die voor een nieuwe ongelijkheid in de sportprestatie kan zorgen.

En er is wat gefreubeld op dit gebied. Neem de videobril of de aluminium hockeystick. Het zijn innovaties die helaas in het KNHB-museum liggen te verstoffen. Net als een paar watermatten die destijds in ons land in een zeer beperkte oplage aan de man zijn gebracht. Zoals het kostbare ‘Sydneyveld’ dat bij de eerste uitvoering van de haringtruc een stuk trager bleek dan z’n Olympische variant in Australië. De ontwikkelingen van museumstukken blijven maar doorgaan. Tien jaar later moest het waterveld opeens blauw zijn. Een Hollandse innovatie? Ja. Valencia Club de Hockey durfde het als eerste club aan. En direct begon het weer onrustig te worden in de ons hockeylandje. Citius, altius en fortius. Dankzij een gulle gemeente behoorde SCHC tot de early adopter die het mediterraan kleurige waterveld uitrolde. Vanaf de opening is het een groot succes voor de tweede garnituur die zich op dit museumstuk een ware Olympiër voelt.

Volgend jaar is het WK hockey in Den Haag. En plots is het waterveld in de vertrouwde groene kleur teruggekeerd. Over de kleur van de uitloopstrook rondom het veld reageren de Hagenezen erg enthousiast. “Hé, hé… éndeluk groen geil. Kon natuâhlijk nie ùitblève”, gonst het boven de bitterballen in een doorsnee Haags hockeyclubhuis met op de achtergrond een studentenelftal dat uit volle borst het lied ‘Hockey is een volkssport’ zingt. Heb medelij, Henri Didon, met ons hockeylandje.

Arjan Klaver

 

Reageer