AD: “Groot hart voor de club”

Tussen de jeugdige speelsters van het vorig seizoen uit de hoofdklasse gedegradeerde Hockey Club Rotterdam, stonden zondag in de eerst competitie drie oudgedienden in het veld. Elsbeth Versterre (34), Simone Martens (38) en Boukje Vermeulen (41) besloten in de zomer, samen met Florien Cornelis (34) die onlangs beviel van haar derde kind, dat zij wilden terugkeren in het eerste team van de Rotterdamse club. Maar waarom zou je dat willen op die leeftijd?
“Clubliefde,” is het eensgezinde antwoord van Elsbeth Versterre, Simone Martens en Boukje Vermeulen nadat ze zondag –na een 1-1 gelijkspel tegen Were Di- van het Tilburgse hockeyveld afstapten. “Ik heb echt geloof in de vrouwenhockeylijn van de club,” zegt Martens. “Ik kon gewoonweg niet accepteren dat het team na twintig jaar hoofdklasse helemaal leegliep. Ik vond het zo zonde en daarom wilde ik helpen.”
Een half uur na de verloren play-outs tegen de Terriers stuurde Martens, die tien jaar geleden stopte met tophockey, haar drie vriendinnen een sms. Daarin vroeg ze of de anderen bereid waren om terug te keren in het eerste team. Binnen een uur kreeg ze drie positieve antwoorden terug. “Ik wilde ook wel, vertelt Versterre. “Puur om de club te helpen maar eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het daadwerkelijk zover zou komen. Maar toen er in de zomer zoveel meiden opstapten, bleek dat we echt in actie moesten komen.”
De vriendschap tussen de vier, die in de hoofdklasse speelden toen de club nog meestreed om de prijzen en twee keer de Europa Cup 2 won, speelt ook een belangrijke rol in hun terugkeer. “Alleen tussen de jonkies had ik het niet gedaan,” zegt Martens resoluut. “Maar met z’n  vieren is het wel zo gezellig.”
De reacties uit de omgeving van de hockeysters zijn uitlopend. “Sommige mensen zijn laaiend enthousiast, anderen vragen zich af waar we op onze leeftijd in hemelsnaam aan zijn begonnen,” vertelt Martens. “Maar dat interesseert me eigenlijk helemaal niets. We doen het voor de club en voor onszelf.”
Vermeulen, de oudste van de vier, zag het helpen van de club zelfs als een enorme persoonlijke kans. “Wie krijgt er op 41-jarige leeftijd nou de mogelijkheid om in de overgangsklasse te hockeyen? Zo’n kans kon ik niet laten lopen. Daarbij wist ik zeker dat ik het nog wel aan zou kunnen.”
Versterre, die woonachtig is in Naarden en voor de trainingen een uur op en neer moet rijden, had het meeste moeite met haar terugkeer. “De rest heeft de afgelopen jaren op regelmatige basis gehockeyd. Ik heb alleen af en toe eens ingevallen zonder dat ik daarvoor trainde. Ik vroeg me af of ik de handelingssnelheid nog aankon. Ik moet ook eerlijk zeggen dat mijn lijf erg moet wennen aan het vele trainen.” Toch houdt ze vol. “Dat speciale sportgevoel van vroeger is weer helemaal terug. Ik raak geïnspireerd door de teamgeest en het enthousiasme van de jeugdige generatie.” Vermeulen heeft helemaal geen moeite met de trainingen. “Ik krijg er alleen maar meer energie van. Als ik thuiskom van een training, giert er zoveel adrenaline door mijn lijf dat ik meestal nog anderhalf uur aan het werk ga.”
Ondanks hun leeftijd zijn de vrouwen ervan overtuigd dat ze van toegevoegde waarde zijn voor het team. “De jonkies hoeven zich door onze aanwezigheid minder met de organisatie bezig te houden,” aldus Martens. “We zijn er alleen om hen te helpen om terug te keren naar de hoofdklasse.” De hockeysters gaan ervan uit dat dat binnen één seizoen moet lukken. “Het wordt lastig,” zegt Versterre. “Maar er zit veel potentie in het team en we gaan er werkelijk alles aan doen.”
Bron: AD/Shari Kiljan

Reageer