Volkskrant: "Stel een grens aan aantal buitenlandse hockeyers"

Negen van de twaalf hockeyclubs uit de Nederlandse hoofdklasse zijn voorstander van het invoeren van een maximum aantal buitenlanders per club.
Dat blijkt uit een rondgang van de Volkskrant onder de bestuurders van de verenigingen. Door praktische bezwaren en een gebrek aan solidariteit bij sommige clubs is zo’n regeling volgens een aantal leidinggevenden nog niet van de grond gekomen.
Komend seizoen spelen 45 buitenlanders in de hoofdklasse, het hoogste niveau in Nederland. Onder hen liefst twaalf Nieuw-Zeelanders en acht Australiërs. Alleen hockeyclub Voordaan, die afgelopen seizoen promoveerde naar de hoofdklasse, maakt geen gebruik van spelers van over de grens.
Al jaren is er kritiek op het grote aantal buitenlanders in de hockeycompetitie. Volgens critici gaat het ten koste van de ontwikkeling van Nederlands talent. In 2009 onderzocht hockeyer Rob Reckers het fenomeen. Conclusie: de komst van buitenlandse spelers heeft een remmende werking op de kwaliteit van het Nederlandse hockey.
Oud-hockeyer Jacques Brinkman zwengelde de discussie onlangs aan door te wijzen op de middelmaat van sommige van de dit jaar aangetrokken buitenlanders. ‘Het is lang niet allemaal top wat er nu rondloopt. Sommige buitenlandse spelers worden geselecteerd op statistieken, niet op wat ze toevoegen.’
Bestuurders zien zich vaak gedwongen versterkingen uit het buitenland te halen, om op die manier aanspraak te maken op de play-offs of degradatie te ontlopen. Een opgelegd quotum voor het aantal buitenlanders zou volgens de clubs een einde kunnen maken aan die wedloop.
Juridisch lijkt het lastig om een maximum te stellen aan het aantal buitenlanders per club. Europese wetgeving bemoeilijkt regelgeving op dat gebied. Dat geldt niet voor spelers van buiten de Europese Unie. Bovendien zouden de clubs in een herenakkoord afspraken kunnen maken. ‘Maar’, zo geven de bestuurders aan, ‘dan moet ook iedereen meedoen.’ Een aantal jaren geleden, toen er ook zo’n akkoord lag, sneuvelde dat omdat enkele clubs het weigerden te ondertekenen.
Volgens Dirk de Broekert, bestuurslid tophockey bij het Bilthovense SCHC, zitten veel clubs in een lastige spagaat. ‘Het liefst speel ik ook met alleen maar zelf opgeleide jongens. Maar alle goede Nederlandse spelers gaan naar de clubs met de grote budgetten. Bij ons vertrokken afgelopen seizoen zestien spelers. We kwamen er niet onderuit om er buitenlanders voor terug te halen. Het is noodzaak.’
‘Natuurlijk kun je bij de helft van de buitenlandse spelers in Nederland je vraagtekens zetten’, zegt bondscoach Paul van Ass. Toch maken buitenlanders de competitie sterker, vindt hij. ‘Zonder hen wordt het verschil tussen de clubs met en zonder Nederlandse internationals alleen maar groter. Vanwege de Spelen waren er vorig seizoen minder buitenlanders. Toen zag ik de kwaliteit van de wedstrijden enorm afnemen. Amsterdam werd nu te simpel kampioen.’
Brinkman opperde dat het invoeren van een opleidingsvergoeding een mogelijke oplossing is. Op die manier zouden clubs met een goede jeugdopleiding worden beloond als hun beste spelers naar grotere clubs vertrekken. Hij wijst daarbij op het voetbal, waar een dergelijk systeem van kracht is.
Volgens veel bestuurders is een systeem met opleidingsvergoedingen echter te gecompliceerd. Alleen Kampong, Pinoké, Laren, SCHC en Den Bosch zijn voor de maatregel. Amsterdam, HGC en Voordaan staan er niet per se negatief tegenover, maar zien te veel bezwaren. Rotterdam, Bloemendaal, Oranje Zwart en Schaerweijde zijn tegen.
Meer clubs zien iets in een systeem waarin verenigingen zich moeten houden aan een salarisplafond. Alleen Rotterdam, Pinoké, Oranje Zwart en Schaerweijde willen geen regelgeving op dat gebied. ‘Hockey gaat om geld’, zegt Dick van Yperen, voorzitter van Rotterdam. ‘Ik geloof niet in een kunstmatige maatschappij. Zo’n salarisplafond zou bovendien volstrekt oncontroleerbaar zijn.’
Transfersommen of opleidingsvergoedingen voor hockeyers? Een sympathiek idee, aldus Van Ass. ‘Het wordt mondjesmaat al gedaan. Maar het gaat om geringe bedragen. Voor de happy few willen de clubs nog wel betalen. We hadden in het hockey een vergelijkbaar Bosman-arrest, toen Bouwens van Den Bosch naar HGC wilde en zijn contract in Den Bosch moest uitdienen. De kosten voor de advocaten waren hoger dan zijn vergoeding.’
Bron: De Volkskrant/Robèrt Misset en Willem Feenstra

Reageer