Volkskrant: "De Nooijer hockeyt, de rest is overbodig"

Hockeyer Teun de Nooijer leek zijn vijfde Olympische Spelen op rij te kunnen vergeten toen bondscoach Paul van Ass in januari besloot hem uit het Nederlandse team te zetten. De 36-jarige sterspeler, met het rugnummer 14 van zijn idool Johan Cruijff, had zijn verbanning niet zien aankomen. In het blad Helden vertelde De Nooijer dat hij er zelfs om had gehuild.
De Nooijer was vooral verbaasd door de scherpe kritiek van Van Ass. In de Volkskrant constateerde de bondscoach dat de aanvaller van Bloemendaal geen meerwaarde zou hebben gehad voor de ploeg. De Nooijer: ‘Ik heb me daarna gericht op de club, in de wetenschap dat de deur naar het Nederlands team op een kier stond. Als je dan weer gaat hockeyen, glijdt alle commotie vanzelf van je af. Aan mij de taak om de deur open te duwen en dat is gelukt.’
Nadat Van Ass hem weer had teruggehaald in de selectie, leken blessures De Nooijer alsnog van zijn vijfde Spelen te beroven. Vanwege een gecompliceerde achillespeeskwetsuur miste De Nooijer de play-offs met Bloemendaal en keerde hij pas eind juni terug in de nationale ploeg. ‘Soms was ik positief, dan weer dacht ik: red ik het wel? Toch overheerste het gevoel dat het goed zou komen.’ Londen is het eindstation van een olympische droomreis die begon met goud in Atlanta (1996). Een terugblik.
PEKING 2008 VIERDE
De Nooijer: ‘We werden eerste in de poule, waren tot de laatste minuut verzekerd van een finaleplaats en eindigden als vierde. In de halve finale tegen Duitsland keek ik in de laatste minuut achterom en zag ik plotseling iemand vrijstaan. Het is een les voor deze Spelen dat we de organisatie 70 minuten lang moeten bewaken.
‘In de strijd om het brons konden we niet meer het beste uit onszelf halen. We werden na rust door Australië van het kastje naar de muur gespeeld. Het leek alsof we tegenover Barcelona stonden dat de bal niet afstond. En in plaats van olé, olé schalde het oi, oi, oi van de tribunes. Het was één van mijn grootste vernederingen met het Nederlandse team.’
Jeroen Delmee, aanvoerder in 2008: ‘Wat bondscoach Paul van Ass over De Nooijer heeft gezegd, is mij al twintig jaar bekend. Op het veld liggen de kwaliteiten van Teun niet in het terugverdedigen bij balverlies. Je moet ook geen leiderschap van hem verlangen in de zin dat hij pratend een groep stuurt. Teun is de leider aan de bal en verder is hij een rustige jongen. Het is nooit anders geweest.
‘In 2008 lag het niet aan individuele spelers. Het weggeven van een voorsprong zat al langer in die groep. Die enorme inzinking tegen Australië was ook kenmerkend voor dat team. Er zat iets scheef in die selectie, waardoor we geen medaille verdienden. Daar ligt meer mijn frustratie dan in die ene onachtzaamheid van Teun. Hij stelde er aanvallend veel tegenover.
‘Ik heb na de afgang tegen Australië geroepen dat we sukkels waren. We waren niet professioneel genoeg. Het zou op zo’n moment helpen als een speler als Teun opstaat om met de vuist op tafel te slaan. Maar dat zit niet in hem. Als je hem dwingt een leider te zijn, is het niet natuurlijk. Teun kan nog altijd fantastisch hockeyen. Met de rest wil hij zich niet bezighouden.’
ATHENE 2004 ZILVER
Na een opstand van de ‘Bende van Zes’ in de spelersgroep werd bondscoach Joost Bellaart voor de Spelen van Athene vervangen door de Australiër Terry Walsh. De Nooijer hield zich bewust afzijdig van de revolte. ‘Het is me niet verweten. Met Bellaart hadden we twee keer achter elkaar de Champions Trophy gewonnen. Ik zag geen reden de technische staf te wijzigen, maar een deel van de selectie dacht er anders over.
‘Met Walsh zijn we in vijf maanden naar elkaar toe gegroeid. Ik weet nog dat mijn Duitse vrouw Pippa vroeg wanneer we de Duitsers weer eens zouden verslaan. Ik zei: let maar op, in Athene. Dat lukte in de halve finales, toen we met 3-2 van Duitsland wonnen. We verloren de finale van Australië, na een strafcornervariant in de laatste minuut. Toch konden we vrede hebben met die zilveren medaille.’
Oud-doelman Guus Vogels: ‘Met mij constateerden nog zeker vijf hockeyers dat de situatie met Bellaart onhoudbaar was geworden. Na een evaluatie met de spelers kon de hockeybond slechts één conclusie trekken. Het ging hard tegen hard. Sommige spelers durfden ons niet openlijk te steunen uit angst dat het ze hun interlandcarrière zou kosten.
‘Ik weet zeker dat het veel had gescheeld als Teun meer uitgesproken was geweest. Met de stem van Teun erbij zou de groep bijna unaniem tegen Bellaart zijn geweest. Maar Teun praat nu eenmaal met zijn stick. Hij zoekt altijd naar een oplossing en dat is ook een mooie eigenschap.
‘Met Walsh als opvolger van Bellaart begon iedereen op nul. In Athene zag je weer hoe belangrijk Teun was. Hij viel in de finale tegen Australië na rust uit met een knieblessure. Prompt konden we geen vuist meer maken. Maar door die voorgeschiedenis blijft het een mooie medaille.’
SYDNEY 2000: GOUD
Nederland leek al in de groepsfase te sneuvelen. In de documentaire Andere Tijden Sport werd donderdagavond onthuld hoe de toenmalige bondscoach Maurits Hendriks en zijn assistent Marc Delissen door een deel van de selectie de regie werd ontnomen. De Nooijer: ‘Ik had het idee dat er meer trammelant was binnen het begeleidingsteam dan in de spelersgroep. Het was een andere tijd, we hadden geen internet, geen iPhones. Ik was nog steeds de jongste speler van de ploeg. Ik wist een beetje wat er speelde, maar excessen zijn niet tot mij doorgedrongen.
‘We kregen onverwacht een herkansing toen Duitsland van Engeland verloor. Zonder het begeleidingsteam hebben de spelers bij elkaar gezeten. Toen werden de gelederen gesloten. Het was snel omschakelen. We versloegen vervolgens Australië en Zuid-Korea, na strafballen, en werden opnieuw olympisch kampioen.
‘Ik geloof niet dat het nemen van strafballen of strafschoppen een loterij is. Daar kun je absoluut op trainen, zoals wij dat in de voorbereiding op de Spelen van Sydney hadden gedaan. We moesten er daar tien nemen en ze gingen er alle tien in. Dat is geen toeval. Al heeft het 1 procent geholpen, het leverde ons een gouden medaille op.’
‘Het is gek mijn voormalige coach nu mee te maken als chef de mission. Toen Hendriks werd aangesteld als technisch directeur bij NOC*NSF, dacht ik meteen: de juiste man op de juiste positie. We hadden onlangs een reünie met de ploeg van 1998 (toen Nederland in Utrecht wereldkampioen werd, red.). De opnamen voor de documentaire over Sydney waren net voltooid. De verhalen van toen inspireerden mij zeker op weg naar Londen.’
Oud-teamgenoot Jacques Brinkman: ‘Na onze vermeende uitschakeling hebben de spelers het heft in handen genomen. De intriges werden in de ijskast gezet. Teun bleef afzijdig, dat past bij zijn karakter. Als een kunstenaar manoeuvreert hij tussen diverse kampen. Nu ook weer met bondscoach Van Ass: eruit, erin, Teun laveert overal tussendoor.
‘Ik denk dat hij alles wel doorheeft, maar het lijkt hem niet te raken. In zijn biografie vertelt Teun hoe ik onder de ogen van Hendriks een hamburger heb gegeten. Zo was ik: de functionele dwarsligger die durfde af te wijken, zonder het teambelang uit het oog te verliezen.
‘Teun spreekt als weergaloze hockeyer met zijn acties en zijn doelpunten. Verder heeft hij nooit zijn mening gegeven. Teun komt wel voor zichzelf op. Als hij bij de maaltijd acht pannenkoeken wilde, nam hij die. Dat is geen probleem als er honderd in de schaal liggen. Maar in een schaal met tien pannenkoeken er minder nemen en wat overlaten voor de anderen? Nee, dan nam Teun er nog steeds acht.
‘Ik heb Teun weleens horen zeggen: ik wil elke wedstrijd scoren en een assist geven. Zo helpt Teun het team en ik had ook in 2000 niet verwacht dat hij het voortouw zou nemen. Hij wil zijn handen niet branden, daarin is Teun niet veranderd. Teun kiest niet tussen personen, hij kiest alleen in het veld. En dan maakt hij altijd de juiste keuzen.’
ATLANTA 1996: GOUD
De Nooijer: ‘Die ploeg had een fantastische mix van diverse generaties. Oudjes als Taco van den Honert, Marc Delissen, Floris Jan Bovelander en Maurits Crucq voerden hun laatste kunstje op. Ik speelde met grote namen die veel hebben betekend voor het Nederlandse hockey.
‘Ik herinner me de corner van Bovelander in de finale tegen Spanje. Die was zo ongelooflijk hard. Hij sloeg de bal bijna door de plank heen. Floris legde zijn ziel en zaligheid in die strafcorner, om afscheid te nemen met een gouden medaille. Ik leerde in Atlanta tevens mijn vrouw Pippa kennen. Ik heb die eerste Spelen in een roes beleefd.’
Floris Jan Bovelander, vorig seizoen De Nooijers interim-coach bij Bloemendaal: ‘Teun speelde op de vlinders van zijn verliefdheid. Marc Delissen moest zelfs de kamer verlaten die ze deelden, aan het einde van de Spelen. De 20-jarige De Nooijer duwde dus de aanvoerder van het Nederlandse team de kamer uit omdat hij het zo gezellig had met Pippa. Hij heeft in elk geval met de juiste hormonen gespeeld. Teun is weleens vermanend toegesproken als hij vijf minuten te laat kwam. Was hij weer bij Pippa geweest. Het werd hem snel vergeven, want zijn prestaties waren goed. Dan kun je als atleet tot het randje gaan en ontstaan er geen irritaties, zoals vier jaar later in Sydney gebeurde.
‘Je kon al in Atlanta zien hoe goed Teun was. Ik kan me herinneren dat hij in de halve finales de Duitse grootheid Carsten Fischer voorbijliep, alsof die er niet stond. Teun speelde onbevangen, bijna vrolijk en dat kon ook. Hij mocht als linksbuiten zijn acties maken. We hadden egotrippers en teamspelers die de ploeg in balans hielden.’
LONDEN 2012 ?
De Nooijer: ‘Iemand zei: vijf Spelen in bijna twintig jaar, dan loop je wel heel lang mee. Londen is mijn laatste toernooi met het Nederlandse team. Toch zal ik deze Spelen niet anders beleven dan in 1996, toen ik als jonkie alleen voor die gouden medaille naar Atlanta ging. Ik heb absoluut de intentie mijn internationale carrière ook af te sluiten met goud.’
Bron: Volkskrant/Robert Missèt

Comments (1)

  1. Mooi verhaal.
    Ik denk dat Evers het aardig verwoordde afgelopen week:’Het Nederlands Elftal was de afgelopen jaren wat teveel een warm bad geworden’.
    Als BUITEN buitenstaander had ik dat gevoel de afgelopen jaren ook en de reuring die de coach teweeg heeft gebracht kan best iets heel moois gaan opleveren:’Als je altijd doet wat je deed, zal er niks veranderen…’
    Het waren in ieder geval opwindende maanden:)
    Ik wens de heren vanaf morgen tegen India, vanuit ‘The Far East’ het allerbeste toe !!!

Reageer