Volkskrant: "'Jonge blom' Bellaart voelt kriebels bij rentree"

Joost Bellaart, in 2003 ontslagen als bondscoach van de Nederlandse hockeyers, maakte zondag zijn rentree op de velden. Zijn nieuwe ploeg Laren was met 6-1 te sterk voor Voordaan.
Laren – Voordaan 6-1
Tot zijn verwondering voelde Joost Bellaart zondagmiddag enige spanning voor de openingswedstrijd in de hoofdklasse tegen Voordaan. Hij is gepokt en gemazeld in het hockey, heeft 35 jaar ervaring als coach, maar toch kriebelde het bij de coach van Laren. ‘Ik moest erom glimlachen’, zegt Bellaart na de overtuigende 6-1-overwinning. ‘Ik voelde me een jonge blom.’
Met zijn 61 jaar is Bellaart veruit de oudste coach in de hoofdklasse. In een ver verleden werd hij met Klein Zwitserland vijf keer landskampioen (1976-’81) en veroverde hij twee keer de Europa Cup. Hij was een gedreven, emotionele coach, die hard kon zijn. Een geboren netwerker ook, prominent lid van het old boys network in de hockeywereld.
In oktober 2003 werd het stil rond Bellaart. Oorverdovend stil. Hij was gedwongen afscheid te nemen als bondscoach van de Nederlandse hockeyers. De joviale coach met het Bourgondische levenspatroon werd uitgespuugd door zes internationals. Ondanks twee gewonnen Champions Trophies was de chemie weg en het vertrouwen in Bellaart tot onder het nulpunt gedaald.
Hij stond bekend als grote communicator, maar werd afgerekend op zijn sterkste punt. ‘Mijn kardinale fout was dat ik niet kon luisteren.’ Beschadigd keerde hij kortstondig terug naar zijn grote liefde: KZ. Daar werd hij bij de vrouwen assistent van Alyson Annan. ‘Ik had moeite mijn zondagen in te vullen’, vertelde hij destijds aan de Volkskrant. ‘Ik kon geen vervanging vinden voor het hockey, ik was mijn gevoel voor eigenwaarde kwijtgeraakt.’
Negen jaar bleef het stil. Bellaart bezocht af en toe een wedstrijd in de Europa League, soms een interland, maar werkzaam bij een club was hij niet meer. Hij begon een eigen adviesbureau voor sportmarketing, werd weer vader en taalde niet naar een functie in het hockey. Hij hoefde niets meer te bewijzen, had meer meegemaakt dan hem lief was. De pijn verdween met de jaren. Bellaart leefde in vrede met heden en verleden.
Totdat in juli de telefoon rinkelde en Elsemieke Havenga namens Laren informeerde of hij trek had Roelant Oltmans op te volgen als coach van de mannenploeg. ‘Die vraag maakte veel los’, zegt Bellaart. ‘Ik had er in al die jaren nooit over nagedacht of ik het hockey miste. Ik werd nooit benaderd, dus ik hoefde me die vraag ook niet te stellen. Door dat telefoontje van Havenga werd ik gedwongen bij mezelf na te gaan of ik de motivatie nog had.’ Bellaart zei niet direct ja. ‘Maar ik was geprikkeld door het verhaal van Havenga.’ Een etmaal later hapte hij toe.
‘Toen ik een maand geleden voor de eerste keer het trainingsveld van Laren opstapte, voelde ik pas dat ik het hockey gemist had.’ Hij moet er een team opbouwen. ‘Dat was vroeger mijn grote kracht. Ik kon van elf individuen een hecht collectief maken. Dat vermogen denk ik nog steeds te bezitten.’
Bellaart zegt niet te worden gedreven door wrok of rancune. ‘Ik wil bewijzen dat ik nog kan coachen in de hoofdklasse, maar dat streven is absoluut niet gerelateerd aan het verleden.’ Hij ziet zijn functie bij Laren als een vriendendienst. ‘Ik woon hier tien minuten vandaan. Natuurlijk doe ik het niet gratis, maar in verhouding tot het aantal uren is er sprake van liefhebberij.’
Tegen Voordaan voelt de bank vertrouwd aan. Tot het eerste doelpunt schuift Bellaart onrustig heen en weer. ‘Het was lang wachten op de eerste treffer.’ Die valt kort voor de rust. Daarna maakt Laren het karwei professioneel af. De coach mikt met zijn selectie, met zes buitenlanders, op een plaats bij de eerste zes. ‘De play-offs zijn vermoedelijk te hoog gegrepen, maar in degradatiegevaar mogen wij met deze ploeg ook niet komen.’
Door de 6-1 in de streekderby tegen Voordaan staat Laren na de eerste speeldag zelfs bovenaan. ‘Dat is lang geleden, Joost’, roept een supporter. ‘Effe een foto maken van de stand op Teletekst.’
Bron: De Volkskrant/Rob Kramp

Reageer