Rogier van 't Hek: "Dromen van hockeygoud"

De boodschap was duidelijk afgelopen maandag tijdens het preolympische media-uurtje van de Oranjehockeyers in Utrecht: de rijen zijn gesloten.
Geen international liet zich, na afloop van de verloren oefenwedstrijd tegen Duitsland (1-3), in het knusse cricketclubhuis van Kampong uit over het afvallen van het strafcornerkanon Taeke Taekema voor de Spelen. Ook niet over zijn kritiek op Paul van Ass, die hij bondscoachonwaardig gedrag verweet. En gelijk hebben ze.
Hoewel ik al jaren van mening ben dat de huidige internationals zich in het openbaar verbaal meer mogen laten gelden, kan ik leven met hun stilzwijgen. De affaire-Taekema heeft de ploeg de laatste maanden genoeg energie gekost en met minder dan drie weken te gaan tot de eerste olympische wedstrijd moet extra verspilling koste wat kost voorkomen worden.
De jonge, onervaren ploeg – negen spelers kwamen in 2009 in actie op het WK onder 21 jaar – van bondscoach Van Ass heeft alle krachten nodig om in Londen te komen tot een topprestatie: een medaille. Van welke kleur maakt niet uit, gezien de hobbelige aanlooproute is ook brons straks een felicitatie meer dan waard.
Uitzonderingen
Het verleden heeft namelijk bewezen dat Oranje niet zomaar eventjes olympisch eremetaal mee naar huis neemt. Vergeet de gouden Spelen van 1996 en 2000 en de zilveren editie van 2004, dat waren de uitzonderingen op de regel.
Vier jaar geleden in Peking was er, net als in 1992 in Barcelona, een vierde plaats na een smadelijke 6-2 nederlaag tegen Australië. In 1988 in Seoel wonnen de hockeyers weliswaar brons, maar dat was de eerste medaille in 36 (!) jaar.
Bovendien vaardigt Nederland niet de sterkste selectie uit de vaderlandse hockeygeschiedenis af. Op keeper Jaap Stockmann en laatste man Robert van der Horst na, beschikt de ploeg niet over erkende wereldtoppers.
En Teun de Nooijer dan, hoor ik u denken? Nou, deze 36-jarige vedette kampte sinds begin mei met achillespeesproblemen en oogt nog altijd niet honderd procent scherp. Aan De Nooijer de opgave te laten zien dat zijn vijfde deelname aan de Spelen er niet een te veel is.
Wel beschikken ‘we’ met de aanvaller Billy Bakker en verdediger Sander de Wijn over twee wereldtoppers in de dop, maar het is afwachten hoe deze jongelingen omgaan met de overweldigende ambiance van de Spelen.
Degelijk
Wat betreft de strafcornerschutters Mink van der Weerden en Roderick Weusthof is het de vraag of ze koelbloedig genoeg zijn en Taekema op het moment suprême kunnen doen vergeten. En niet onbelangrijk: of zij als veldspelers niet te veel uit de toon vallen?
Over de overige negen stickdragende olympiërs – inclusief de nieuwbakken captain Floris Evers, die alleen opvalt door zijn optredens in de media – kan ik kort zijn: zij behoren tot de categorie ‘degelijk’.
Deze zestien hockeyers moeten Nederland dus een medaille bezorgen. Aan het zelfvertrouwen zal het in elk geval niet liggen; de spelers lieten maandag weten nog altijd van goud te dromen.
Waarbij ze voor het gemak even vergeten dat Oranje sinds de Champions Trophy van 2006 geen finale van een mondiaal toernooi heeft gespeeld. Het is ze vergeven. Wie niet durft te dromen, hoeft niet naar Londen af te reizen.
 
Bron: NUsport/Rogier van ’t Hek

Comments (1)

  1. De tijd zal het leren!! Dat 9 jonge spelers bij de selectie zitten is niet verwonderlijk, van Ass was hun bondscoach en zoals Sander Baart het in een intervieuw zei: ik mocht niet opgeven van Paul. Jammer dat van Ass dezelfde opbeurende en stimulerende woorden nooit heeft gebruikt bij de afvallers. Sommige, waaronder Docherty en Taekema waren volkomen verrast dat zij te horen kregen dat het prima ging tot dat ze eruiot vlogen. Dus denk ik dat hij , omdat de bond vernieuwen hoog in het vaandel had staan al lang van te voren de jongere spelers op voorsprong heeft gezet.
    Maar nu de neuzen 1 kant op en hopen voor het Nederlandse hockey dat ze niet afgaan in Londen.

Reageer