Spits: "Meedoen is bijzaak op de Spelen"

Meedoen is belangrijker dan winnen, luidde de olympische gedachte van de oprichter van het grootste sportevenement ter wereld Pierre de Coubertin. De Nederlandse olympiërs denken er tegenwoordig iets anders over.
Het wemelde gisteren van de olympische sporters in de Amsterdamse RAI. Dat had alles te maken met de officiële teamoverdracht van de sportbonden aan NOC*NSF. Er was eigenlijk geen enkele olympische sporter die hardop zei dat meedoen belangrijker is dan winnen.
Medaille
„Het is zeker niet de gedachte van mij”, vertelde hockeyinternational Roderick Weusthof direct na de teamoverdracht. „Vier jaar geleden zijn we vierde geworden. Ik weet hoe dat voelt en wil dat echt nooit meer meemaken. Een medaille is voor ons absoluut het enige wat voor mij telt.
Ringen
Ook Brian Mariano was aanwezig. De op Curacao geboren atleet heeft twee dagen geleden pas gehoord dat hij met de estafetteploeg aan de Olympische Spelen mag deelnemen. „Het gaat er om dat we een goeie prestatie neerzetten en ik weet dat we dat kunnen”, zei Mariano. „Ik wil sowieso weer onder de 38 lopen . Tijdens de Olympische Spelen moet je natuurlijk alles geven. Ik heb niet voor niets die ringen op mijn schouder laten tatoeëren.”
Beter doen
„De Olympische Spelen is de big dance man”, vulde ploeggenoot Churandy Martina aan. De man wiens Antilliaanse accent nog mooier is dan zijn manier van lopen komt behalve op de 4×100 ook uit op de 100 en de 200 meter. „Het worden mijn derde Spelen en ik wil het beter doen dan in 2008. Ik wil in de finale komen en dan kan alles gebeuren.”
Martina kwam in het verleden uit voor de Antillen en weet dankzij zijn eerdere deelnames wat het betekent om mee te doen aan de Olympische Spelen. „Alleen de allerbeste atleten van de wereld doen mee man en daar hoor ik dus ook bij. Dat maakt het zo bijzonder. Helemaal nu ik voor Nederland uitkom. Bij de Antillen deed ik maar met een paar andere atleten mee en nu met zo’n hele grote groep. Ik vind het echt prachtig man.”
Goud
Voor de Oranje hockeysters lijkt alleen een gouden plak te tellen. Vier jaar geleden veroverde het Nederlands hockeyelftal immers al goud in Beijing en het moet natuurlijk nooit minder worden in de topsport.
Desalniettemin heeft hockeyinternational Lidewij Welten zo haar eigen olympische gedachte. „Het beste uit jezelf naar boven halen, daar draait het om”, zei de aanvalster van Den Bosch. „En dat kan voor iedereen anders zijn. Voor de één is een plek in de halve finale goed genoeg en voor een ander telt alleen maar goud.”
Voor het hoogste
En wat is voor Welten zelf dan het grote doel? „Dat ik doe waar ik goed in ben en mijn rol zo opvul dat het team daar het best van kan profiteren.” Ondertussen gaat hockeyaanvoerster Maartje Paumen absoluut voor het allerhoogste. „Meedoen is mooi, maar wij hebben een duidelijk doel voor ogen. Natuurlijk, er kan tijdens zeven wedstrijden altijd van alles gebeuren. Maar wij hebben zo veel kwaliteit in huis dat het realistisch is om voor het hoogste te gaan.”
Paralympisch
In de RAI werd ook de paralympische ploeg gepresenteerd en Iljas Visker maakt deel uit van het Nederlands CP-voetbalteam. De olympiër voetbalde in het verleden voor VVV en kwam voor het district van de KNVB uit. Drie jaar geleden maakte een herseninfarct een abrupt einde aan zijn valide voetballoopbaan. „Zo ben ik in het CP-voetbalteam terecht gekomen”, zei Visker. „Deelnemen is voor mij zeker niet het belangrijkste. Het worden mijn eerste Spelen en ik weet het zeker. Als je er eenmaal bent, wil je alleen maar winnen. Het gaat mij om een medaille. Goud, zilver of brons.”
Bijzonder
Het olympische gevoel is iets bijzonders. Welten vindt het maar moeilijk om het te omschrijven. „Ik was in Beijing en heb daar goud gewonnen. Als jonkie heb ik het allemaal als een roes beleefd. Ik werd meegesleurd en het was een geweldige ervaring. Maar dat olympische gevoel is niet onder woorden te brengen. Je moet het meemaken.”
Het grootste sportevenement ter wereld moet je dus meemaken om dat speciale gevoel te ervaren. Maar het wordt pas echt leuk als je wint. Want dat is voor de Nederlandse sporters natuurlijk uiteindelijk in Londen toch echt het enige dat telt.
Bron: Spitsnieuws/Jan Balk